Parasieten zoals vlooien, teken, wormen en mijten komen veel voor bij zowel honden als katten. Ze kunnen niet alleen ongemak veroorzaken, maar ook gezondheidsproblemen geven voor uw huisdier én soms voor mensen in het gezin. Daarom is een goede preventie met antiparasitica belangrijk.
Waarom behandelen?
Parasieten kunnen klachten veroorzaken zoals jeuk, huidirritatie, haaruitval of wondjes. Wormen kunnen zorgen voor maag- en darmproblemen of gewichtsverlies. Bij jonge, oudere of kwetsbare dieren kunnen besmettingen ernstiger verlopen.
Ook binnenkatten lopen risico
Veel mensen denken dat een binnenkat geen bescherming nodig heeft. Toch kunnen parasieten ook binnenshuis terechtkomen. Vlooien en wormeitjes kunnen bijvoorbeeld via schoenen, kleding, andere huisdieren of open ramen mee naar binnen komen. Daarnaast kan een kat besmet raken door het eten van een insect of muisje in huis of op balkon of in huis.
Resistentie
Sommige middelen met de werkzame stof fipronil, zoals Frontline, zijn tegenwoordig vaak minder effectief. Door jarenlang veelvuldig gebruik is bij vlooien resistentie ontstaan. Daardoor bieden deze middelen niet altijd meer voldoende bescherming. Uw dierenarts kan adviseren over geschikte middelen. Er bestaan verschillende soorten antiparasitica, zoals: pipetten, tabletten, halsbanden en sprays.
Advies op maat
Niet elk middel werkt tegen alle parasieten. De keuze hangt af van het dier, de leefomgeving en het risico op besmetting. Maak een afspraak met de dierenarts voor advies op maat.

